Sunday, August 28, 2005

Spoordal

De bossen begonnen vlakbij zijn huis en strekten zich kilometers ver uit. Steeds weer ging hij naar dezelfde beschutte plek aan de rand van het spoordal om naar de stoom­loco­motieven te kijken die uit Duitsland kwamen. Als een spook­verschijning doemde zo'n grote, donkere locomotief in de verte op en trok sissend en rokend beneden aan hem voorbij. Soms zag de stoker hem en stak even zijn hand op. Maar meestal zag niemand hem daar hoog aan de bosrand zitten. Hij was de kleine, onzicht­bare toeschouwer die alles waarnam.

Verlaten wagon

Vaak maakte hij een omweg, aangetrokken door het goederen­­spoor­lijntje dat langs de rand van het stadje lag. Voetje voor voetje balanceerde hij over de rails of sprong hij van de ene op de andere biels zonder de ertussen lig­gende stenen aan te raken; als hij de stenen wel aanraakte, moest hij tien bielzen terug. Soms stond er een ­verlaten wagon op de rails en als niemand hem zag, trok hij het vracht­papier met de zwarte drukletters onder het gazen opklaprooster van­daan en verstopte het in zijn kamer. Een keer had zijn moeder zo'n papier gevonden. Zijn vader had hem 's avonds bestraffend toe­gesproken. Dat weer­hield hem er niet van om opnieuw een vracht­papier van een wagon af te trekken en het heimelijk mee naar huis te nemen. Nog steeds wist hij niet waarom zo'n vel papier met zwarte letters, vastgeklemd op een stil­staande, vaal­bruine goede­ren­wagon, hem zo fasci­neerde.